ECLI:NL:RVS:2025:2414
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onvoorwaardelijke instemming saneringsverslag bodemverontreiniging afgewezen door college Heerlen
Appellant heeft de bodem van een perceel in Heerlen gesaneerd en het perceel verkocht met een voorwaarde omtrent de koopsom vanwege onduidelijkheid over sanerings- en monitoringsverplichtingen. Het college van burgemeester en wethouders stemde op 8 juni 2023 slechts voorwaardelijk in met het saneringsverslag, omdat uit grondwatermonitoring bleek dat nog niet was aangetoond dat sprake was van een stabiele eindsituatie.
Appellant voerde aan dat het saneringsplan was nageleefd en dat het college onterecht ook gegevens van peilbuizen op het aangrenzende perceel had betrokken. Het college stelde dat het afperkend onderzoek onderdeel was van het saneringsplan en dat grondwaterverontreiniging zich niet beperkt tot één perceel. De Raad van State oordeelde dat het college terecht de resultaten van peilbuizen op het buurperceel had betrokken en dat onvoldoende was aangetoond dat de sanering volledig conform het plan was uitgevoerd.
Verder stelde appellant dat hij geen zeggenschap had over het buurperceel en zich daarom niet hoefde te houden aan monitoringsverplichtingen aldaar. De Raad van State verwierp dit en stelde dat civielrechtelijke middelen kunnen worden ingezet om medewerking af te dwingen. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat geen toezeggingen waren gedaan die onvoorwaardelijke instemming rechtvaardigen.
De Raad van State verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde daarmee het voorwaardelijke instemmingsbesluit van het college van Heerlen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voorwaardelijke instemmingsbesluit van het college wordt ongegrond verklaard.