ECLI:NL:RVS:2025:2463
Raad van State
- Hoger beroep
- A. ten Veen
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- J.M.L. Niederer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten omgevingsvergunning mountainbikeroute wegens onvoldoende motivering verkeersveiligheid
Stichting Vrienden van het Johan Smitpark en het Waterpark (de Stichting) maakte bezwaar tegen besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Westerkwartier die omgevingsvergunningen verleenden voor het aanleggen van een mountainbikeroute met uitwegen naar de openbare weg. De Stichting betoogde dat de vergunningen onrechtmatig waren omdat het verkeer op de openbare weg door de uitwegen in gevaar zou worden gebracht, onder meer vanwege onvoldoende zichtbaarheid en onveilige verkeerssituaties.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het college het besluit van 25 februari 2021 onvoldoende had gemotiveerd, omdat het niet duidelijk had gemaakt waarom de uitwegen niet als uitweg in de zin van de Algemene plaatselijke verordening (Apv) moesten worden aangemerkt en waarom geen omgevingsvergunning nodig zou zijn. Het college moest dit gebrek herstellen door alsnog een vergunning te verlenen met een deugdelijke motivering.
Het college verleende vervolgens een vergunning op 4 december 2024, maar de Afdeling stelde vast dat de motivering over de verkeersveiligheid onvoldoende was, omdat het college zich onterecht baseerde op een risicoanalyse uit 2016 die niet op de uitwegen van toepassing was. Hoewel het college later een verkeersveiligheidsanalyse overlegd had, was de eerdere motivering ondeugdelijk. De Afdeling vernietigde daarom beide besluiten, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van de besluiten in stand blijven. De Stichting kreeg geen proceskostenvergoeding toegewezen.
Uitkomst: De besluiten tot verlening van omgevingsvergunningen voor uitwegen van de mountainbikeroute worden vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.