ECLI:NL:RVS:2025:2467
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit omgevingsvergunning wegens onvoldoende motivering beschermde diersoorten
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het hoger beroep van appellant tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Veldhoven van 9 maart 2021 betreffende een omgevingsvergunning. In een eerdere tussenuitspraak van 13 maart 2024 was vastgesteld dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd met betrekking tot de aanwezigheid van beschermde diersoorten op het perceel en dat het besluit in strijd was met artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Het college werd opgedragen het gebrek te herstellen, wat zij deed door een aanvullende motivering te geven op 26 augustus 2024, ondersteund door een quickscan natuuronderzoek. Appellant betoogde dat deze quickscan onvoldoende zekerheid bood omdat de situatie op het moment van vergunningverlening anders was dan tijdens het veldonderzoek.
De Afdeling oordeelde echter dat ondanks het tijdstip van het onderzoek, de quickscan geen concrete aanwijzingen gaf dat beschermde diersoorten de uitvoerbaarheid van het project in de weg stonden. Het perceel was voorheen agrarisch gebruikt en bood geen nestgelegenheid voor beschermde soorten. De aanvullende motivering voldeed aan de opdracht uit de tussenuitspraak.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 9 maart 2021, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand blijven. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het besluit van 9 maart 2021 wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.