ECLI:NL:RVS:2025:2492
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen niet in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel
Appellant had bij besluit van 21 maart 2025 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling werd genomen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit op 14 mei 2025 ongegrond. Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Het hoger beroep richtte zich niet tegen de inhoud van de uitspraak van de rechtbank, aangezien appellant zijn beroepsgronden alleen had ingediend voordat hij de uitspraak had ontvangen en een voorlopige voorziening had gevraagd om zijn overdracht aan Frankrijk te voorkomen. Nadat hij de uitspraak had ontvangen, heeft appellant geen grieven binnen de wettelijke termijn ingediend.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellant daardoor geen inhoudelijk oordeel kon vragen over het hoger beroep en verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet indienen van grieven binnen de gestelde termijn.