ECLI:NL:RVS:2025:2519
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting en toekenning opvang in asielprocedure
Verzoeker heeft bij de minister van Asiel en Migratie een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke op 15 maart 2025 is afgewezen. Hiertegen stelde verzoeker beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 15 mei 2025 het beroep ongegrond verklaarde. Verzoeker ging in hoger beroep en vroeg tegelijkertijd de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overweegt dat het hoger beroep nader onderzoek vereist en dat de voorlopige voorziening noodzakelijk is om verzoeker te beschermen tegen uitzetting gedurende de procedure. Daarom wordt bepaald dat verzoeker niet mag worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist.
Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, die volledig toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, tot een bedrag van € 907,00. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter M. Soffers op 4 juni 2025.
Uitkomst: Verzoeker mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de minister moet proceskosten vergoeden.