ECLI:NL:RVS:2025:2549
Raad van State
- Hoger beroep
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing omgevingsvergunning uitbreiding bedrijfspand nabij molen Zeezicht
Het college van burgemeester en wethouders van Voorne aan Zee heeft op 9 maart 2020 een omgevingsvergunning verleend voor de uitbreiding van een bedrijfspand nabij molen Zeezicht. De vereniging De Hollandsche Molen maakte bezwaar tegen deze vergunning vanwege mogelijke belemmering van de draaimogelijkheden van de molen. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van de vereniging ongegrond, waarna de vereniging hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State overweegt dat de aanvraag is ingediend vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet, waardoor het oude recht van toepassing blijft. De uitbreiding betreft een gebouw van één bouwlaag met een kap van 7,92 meter, verbonden met bestaande bebouwing door een tussenbouw van 3 meter hoog. De uitbreiding ligt binnen de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone-molenbiotoop', waarbij het college gebruik heeft gemaakt van de binnenplanse afwijkingsbevoegdheid uit artikel 22.1.1, aanhef en onder d, van de planregels.
De vereniging vreesde dat de uitbreiding de draaimogelijkheden van de molen zou beperken, wat volgens de rechtbank en de Raad van State ongegrond is omdat de molen al niet kan draaien op wind uit de richting van het bouwplan door een bestaand hekwerk. De molen kan nog steeds kruien en draaien op wind uit andere richtingen. De Raad van State bevestigt dat het college de belangen zorgvuldig heeft afgewogen en dat het besluit niet in strijd is met het recht. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vereniging De Hollandsche Molen wordt ongegrond verklaard en de verlening van de omgevingsvergunning bevestigd.