ECLI:NL:RVS:2025:255
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- B.P. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet in behandeling nemen aanvraag verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie bij besluit van 14 augustus 2024 niet in behandeling werd genomen. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 13 december 2024 ongegrond verklaarde. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak constateerde een innerlijke tegenstrijdigheid in het vonnis van de rechtbank, die enerzijds het beroep gegrond verklaarde en het besluit vernietigde, maar anderzijds het beroep ongegrond verklaarde. De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep gegrond. Het besluit van 14 augustus 2024 werd vernietigd, maar de rechtsgevolgen van dat besluit bleven geheel in stand.
Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Daarnaast werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 907,00, toe te rekenen aan de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Het hoger beroep werd gegrond verklaard zonder verdere motivering, omdat het geen vragen bevatte die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit van 14 augustus 2024 wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.