ECLI:NL:RVS:2025:2550
Raad van State
- Hoger beroep
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Weigering omgevingsvergunning voor brug en in- en uitrit in Zoetermeer bevestigd
Het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer weigerde op 12 februari 2020 een omgevingsvergunning voor het plaatsen van een brug en het aanleggen van een in- en uitrit op een perceel in Zoetermeer. De eigenaar van het perceel, [wederpartij], had deze vergunning aangevraagd. De rechtbank verklaarde het beroep van [wederpartij] gegrond en herroepen het besluit van het college, omdat het college niet tijdig op de aanvraag had beslist, waardoor de vergunning van rechtswege was verleend.
Het college stelde echter hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat [wederpartij] wel degelijk schriftelijk had ingestemd met verlenging van de beslistermijn, waardoor de vergunning niet van rechtswege was verleend. Hierdoor werd het hoger beroep van het college gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
De Raad van State beoordeelde vervolgens de overige beroepsgronden van [wederpartij]. Het college had de vergunning geweigerd omdat het bouwplan in strijd was met het bestemmingsplan en stedenbouwkundige, verkeerskundige, archeologische en cultuurhistorische belangen. De Raad van State vond dat het college beleidsruimte had en dat de nadelige gevolgen van het besluit niet onevenredig waren.
Daarnaast faalden de beroepen van [wederpartij] op het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel. De Raad van State verklaarde het beroep van [wederpartij] ongegrond en liet de weigering van de vergunning in stand. Het college hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State verklaart het hoger beroep van het college gegrond en bevestigt de weigering van de omgevingsvergunning.