Uitspraak
Datum uitspraak: 4 juni 2025
BESTUURSRECHTSPRAAK
lid van de enkelvoudige kamer
griffier
Raad van State
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Roosendaal om een handhavingsverzoek tegen een bouwwerk aan de Helstraat in Liempde niet-ontvankelijk te verklaren. Tevens was appellant bezorgd over de ruimtelijke uitstraling en de toegankelijkheid van de Helstraat na het verlenen van een omgevingsvergunning voor een schutting met overkapping door het college aan andere bewoners.
De rechtbank heeft het beroep van appellant ongegrond verklaard, waarbij werd geoordeeld dat appellant geen belanghebbende is omdat zijn perceel niet direct grenst aan het perceel met de schutting en overkapping. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State onderschrijft dit oordeel en bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Het verzoek om handhaving werd ingediend vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet, waardoor de oude Wabo-regelgeving van toepassing blijft. De Afdeling overweegt dat de feitelijke gevolgen voor appellant onvoldoende zijn om als belanghebbende te worden aangemerkt, mede omdat meerdere percelen en de weg Helstraat tussen de percelen liggen.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.