ECLI:NL:RVS:2025:2613
Raad van State
- Hoger beroep
- E.J. Daalder
- N.H. van den Biggelaar
- M.M. Kaajan
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing kentekenbewijs voor bromfietsen zonder vast te stellen VIN
De Dienst Wegverkeer (RDW) weigerde op 28 januari 2022 de afgifte van Nederlandse kentekenbewijzen voor twee bromfietsen van appellant, omdat het voertuigidentificatienummer (VIN) niet kon worden vastgesteld. Een deskundige van het Landelijk Informatiecentrum Voertuigcriminaliteit (LIV) stelde vast dat op beide bromfietsen het door de fabrikant aangebrachte VIN was bewerkt en niet zichtbaar was, wat werd bevestigd door slijp-, schuur- en etsbehandelingen.
Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in tegen de besluiten, maar zowel de rechtbank Den Haag als de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaarden deze beroepen ongegrond. De rechtbank en de Afdeling oordeelden dat het advies van de deskundige van het LIV zorgvuldig en begrijpelijk was en dat de contra-expertise van Applus onvoldoende concrete aanknopingspunten bood om aan de juistheid van het advies te twijfelen.
Verder werd geoordeeld dat het weigeren van de kentekenbewijzen niet onevenredig was, omdat het ontbreken van een vast te stellen VIN leidt tot onzuiverheid van het kentekenregister en mogelijke verkeersveiligheids- en verzekeringsproblemen. De Afdeling bevestigde daarmee de eerdere uitspraken en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de kentekenbewijzen wordt bevestigd.