ECLI:NL:RVS:2025:2627
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- J.M.L. Niederer
- A.B. Blomberg
- Rechtspraak.nl
Telegram is geen openbare plaats in de zin van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht
De burgemeester van Utrecht legde aan de wederpartij een last onder dwangsom op wegens het plaatsen van een oproep in een openbare Telegram-groepschat die zou leiden tot wanordelijkheden in de Kanaalstraat. De burgemeester stelde dat Telegram als digitale openbare plaats moet worden aangemerkt volgens artikel 2:2, eerste lid, onder g, van de Algemene plaatselijke verordening (Apv) Utrecht 2010.
De rechtbank Midden-Nederland oordeelde dat Telegram geen openbare plaats is in de zin van de Apv en vernietigde het besluit van de burgemeester. De burgemeester ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde het oordeel van de rechtbank en stelde dat de Apv zich beperkt tot fysieke openbare plaatsen, zoals pleinen en stoepen, en niet ziet op digitale ruimtes zoals Telegram.
De Afdeling benadrukte dat het gedrag dat aanleiding geeft tot wanordelijkheden op of aan een fysieke openbare plaats moet plaatsvinden om onder de Apv te vallen. Digitale oproepen vallen hier niet onder. Hoewel de Afdeling begrip toont voor de zorgen van de burgemeester over digitale oproepen, is het aan de wetgever om hiervoor passende regelgeving te maken. De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en veroordeelde de burgemeester tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Hoger beroep van de burgemeester wordt ongegrond verklaard; Telegram is geen openbare plaats in de zin van de Apv.