ECLI:NL:RVS:2025:2646
Raad van State
- Hoger beroep
- A. ten Veen
- J. Gundelach
- M.M. Kaajan
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing natuurvergunning voor afschot ganzen in Overijsselse Natura 2000-gebieden
Het college van gedeputeerde staten van Overijssel verleende op 17 januari 2020 een natuurvergunning aan de Stichting Faunabeheereenheid Overijssel voor het verjagen en afschieten van kolganzen, grauwe ganzen en brandganzen in en rond verschillende Natura 2000-gebieden. De vergunning bevatte gebiedsspecifieke voorschriften, waaronder bufferzones met beperkingen op afschot. De Faunabescherming en Vogelbescherming maakten bezwaar, dat door het college werd afgewezen.
De rechtbank vernietigde het besluit op bezwaar en herroept de vergunning, stellende dat de activiteit onvoldoende was beschreven, de bufferzonevoorschriften niet representatief waren voor verstoringsgevoeligheid en de cumulatieve effecten onvoldoende waren onderzocht. Het college ging in hoger beroep tegen deze uitspraken.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat het toetsingskader voor de natuurvergunning strenger is dan dat voor soortenontheffingen en dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de bufferzonevoorschriften niet adequaat zijn. Ook de maatschappelijke belangenafweging, waaronder landbouwbelangen, kan niet afdoen aan het toetsingskader. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard, en het college hoeft geen nieuw besluit te nemen omdat de vergunningtermijn is verlopen.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt ongegrond verklaard en de natuurvergunning blijft vernietigd.