ECLI:NL:RVS:2025:2690
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel na niet-ontvankelijkheid
Appellant heeft op 18 februari 2025 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister niet in behandeling is genomen. Hiertegen stelde appellant beroep in bij de rechtbank, die dit beroep op 21 mei 2025 ongegrond verklaarde. Appellant ging vervolgens in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Raad van State heeft het hoger beroep inhoudelijk beoordeeld en geoordeeld dat het hoger beroep geen aanleiding geeft tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De motivering van de rechtbank werd overgenomen, waarbij werd vastgesteld dat het hoger beroep geen nieuwe vragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming.
Het hoger beroep werd derhalve ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. De minister werd niet verplicht tot vergoeding van proceskosten. Hiermee is de beslissing van de rechtbank definitief bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.