ECLI:NL:RVS:2025:2691
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van rechtbankuitspraak over vrijheidsontnemende maatregel in vreemdelingenrecht
De zaak betreft een hoger beroep van appellant tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag, waarin een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd door de minister van Asiel en Migratie werd bevestigd. De rechtbank had het beroep van appellant ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
De Raad van State heeft het hoger beroep beoordeeld en geconcludeerd dat de rechtbank terecht en op goede gronden tot haar oordeel is gekomen. De motivering van de rechtbank wordt overgenomen zonder verdere toelichting, omdat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming.
De Afdeling bestuursrechtspraak ziet ook ambtshalve geen reden om de opgelegde grensdetentie onrechtmatig te achten. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.