ECLI:NL:RVS:2025:2693
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongegrondverklaring beroep tegen niet-ontvankelijkheid verblijfsvergunning asiel
Appellant heeft bij de minister een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister verklaarde deze aanvraag bij besluit van 5 april 2025 niet-ontvankelijk. Hiertegen stelde appellant beroep in bij de rechtbank Den Haag, die bij uitspraak van 27 mei 2025 het beroep ongegrond verklaarde.
Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De Afdeling heeft het hoger beroep en het verzoek om voorlopige voorziening behandeld.
De Afdeling overweegt dat het hoger beroep geen gronden bevat die vragen oproepen van belang voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming. Daarom bevestigt de Afdeling het oordeel van de rechtbank dat het beroep ongegrond is. Tevens wijst zij het verzoek om voorlopige voorziening af. De minister is niet gehouden tot vergoeding van proceskosten.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter M.J.M. Ristra-Peeters, in aanwezigheid van griffier A.M.L. Hanrath, en is uitgesproken in het openbaar op 16 juni 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.