ECLI:NL:RVS:2025:2711
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlies Nederlanderschap door langdurig verblijf in Zuid-Afrika
Appellante, geboren in Zuid-Afrika met dubbele nationaliteit, vroeg in 2019 een Nederlands paspoort aan. De minister stelde de aanvraag buiten behandeling omdat zij volgens artikel 15 RWN Pro het Nederlanderschap verloor door tien jaar onafgebroken verblijf in Zuid-Afrika van 1985 tot 1995.
De rechtbank oordeelde dat het verlies van het Nederlanderschap terecht was vastgesteld en dat appellante zich had moeten laten informeren over de gevolgen van haar langdurig verblijf in het buitenland. Het beroep werd ongegrond verklaard.
In hoger beroep herhaalde appellante haar bezwaren, maar de Afdeling bestuursrechtspraak vond geen aanleiding om het oordeel van de rechtbank te wijzigen. De Afdeling benadrukte de eigen verantwoordelijkheid van Nederlanders in het buitenland om zich te laten informeren over nationaliteitsregels.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verlies van het Nederlanderschap wordt bevestigd.