ECLI:NL:RVS:2025:2727
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit RDW over afgifte Nederlands kentekenbewijs na Brexit
Appellant is eigenaar van een voertuig dat in 2015 naar het Verenigd Koninkrijk is overgebracht en daar is omgebouwd tot amfibievoertuig. Het voertuig heeft een Brits kentekenbewijs en is in 2017 door de RDW technisch goedgekeurd. De RDW stelde de aanvraag voor een Nederlands kentekenbewijs buiten behandeling vanwege het niet voldoen aan de BPM en later vanwege het ontbreken van een vervolgonderzoek.
De rechtbank bevestigde het standpunt van de RDW dat het voertuig als buiten de EU afkomstig moet worden beschouwd door de Brexit en dat het niet als Nederlands voertuig kan worden gezien. Appellant stelde in hoger beroep dat de RDW het voertuig ten onrechte als Brits voertuig en nieuw voertuig heeft aangemerkt, en dat de individuele goedkeuring uit 2017 door het VK als EU-lidstaat moet worden gerespecteerd.
De Afdeling oordeelt dat de RDW onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het voertuig na Brexit alsnog aan toelatingseisen voor voertuigen van buiten de EU moet voldoen. De individuele goedkeuring verleend in 2017 door het VK blijft geldig. Het besluit van de RDW bevat een motiveringsgebrek en wordt vernietigd. De RDW moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het besluit van de RDW wordt vernietigd en de RDW moet een nieuw besluit nemen over de aanvraag van appellant.