ECLI:NL:RVS:2025:276
Raad van State
- Hoger beroep
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring vreemdeling door minister na ongegrond beroep rechtbank
De minister van Asiel en Migratie stelde de vreemdeling op 19 november 2024 in bewaring. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling nam de motivering van de rechtbank over en oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe vragen bevatte die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. Daarom was verdere motivering niet nodig.
De Afdeling zag ook ambtshalve geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling tegen de bewaring wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.