ECLI:NL:RVS:2025:2761
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongewenstverklaring vreemdeling door staatssecretaris
Appellant is bij besluit van 7 januari 2022 door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid ongewenst verklaard. Hiertegen maakte appellant bezwaar, dat bij besluit van 27 november 2023 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde appellant beroep in bij de rechtbank, die op 7 mei 2024 het beroep ongegrond verklaarde. Appellant ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het hoger beroep beoordeeld en geconcludeerd dat de rechtbank terecht en op goede gronden tot haar oordeel is gekomen. De motivering van de rechtbank wordt overgenomen en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard, aangezien het hogerberoepschrift geen relevante vragen bevat die de rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming in algemene zin raken.
De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en het besluit van de staatssecretaris blijft in stand. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 20 juni 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.