AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Voorlopige voorziening deelname groepsopdracht na fraudebeschuldiging VU
De examencommissie van de Faculteit der Bètawetenschappen van de Vrije Universiteit Amsterdam heeft op 2 juni 2025 een cijfer 0,0 toegekend aan het werkstuk van verzoeker en een waarschuwing gegeven wegens fraude. Op 16 juni 2025 werd deze beslissing gerectificeerd en werd verzoeker uitgesloten van deelname aan toetsing van 1 tot en met 29 juni 2025 wegens fraude. Verzoeker stelde administratief beroep in tegen deze besluiten en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker 147 van de 180 ECTS voor haar bachelor Artificial Intelligence heeft behaald en nog meerdere vakken en haar scriptie moet afronden om studievertraging te voorkomen. Verzoeker wilde deelnemen aan groepsopdrachten op 20, 26 en 29 juni 2025. Omdat het volledige dossier en alle feiten nog niet beschikbaar waren en de beoordeling van het verzoek op korte termijn niet mogelijk was, besloot de voorzieningenrechter de voorlopige voorziening toe te wijzen voor de groepsopdracht van 20 juni 2025.
Deze toewijzing is voorlopig en zegt niets over het uiteindelijke oordeel of het registreren van het behaalde cijfer. De voorzieningenrechter zal op korte termijn een beslissing nemen over het resterende verzoek en de proceskostenvergoeding. De examencommissie moet verzoeker dus toestaan deel te nemen aan de groepsopdracht op 20 juni 2025.
Uitkomst: Verzoeker mag voorlopig deelnemen aan de groepsopdracht van 20 juni 2025 ondanks de fraudebeslissing.
Uitspraak
202503496/1/A2.
Datum uitspraak: 19 juni 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 vanPro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) van:
[verzoeker],
verzoeker.
Procesverloop
Bij beslissing van 2 juni 2025 heeft de examencommissie van de Faculteit der Bètawetenschappen van de Vrije Universiteit Amsterdam (hierna: de examencommissie en de VU) het cijfer 0,0 toegekend voor een werkstuk van [verzoeker] en een waarschuwing gegeven wegens fraude.
Bij beslissing van 16 juni 2025 heeft de examencommissie haar beslissing van 2 juni 2025 gerectificeerd, het werkstuk opnieuw een cijfer van 0,0 toegekend en [verzoeker] uitgesloten van deelname aan toetsing van 1 juni 2025 tot en met 29 juni 2025 wegens fraude.
[verzoeker] heeft administratief beroep ingesteld bij het college van beroep voor de examens van de VU tegen de beslissingen van de examencommissie.
Ook heeft [verzoeker] de voorzieningenrechter van de Afdeling gevraagd een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1. De voorzieningenrechter doet, gelet op de onverwijlde spoed, uitspraak zonder zitting als bedoeld in artikel 8:83, vierde lid, van de Awb.
2. [verzoeker] heeft 147 ECTS behaald van de 180 te behalen ECTS van haar bachelor Artificial Intelligence. Zij moet nog meerdere vakken en haar scriptie behalen om dit studiejaar haar bachelor af te ronden en geen studievertraging op te lopen. [verzoeker] vraagt om een voorlopige voorziening zodat zij kan deelnemen aan opdrachten die zij moet maken om de vakken te kunnen behalen. Het gaat om opdrachten die volgens [verzoeker] gepland zijn op 20 juni 2025, 26 juni 2025 en 29 juni 2025. Het betreft drie groepsopdrachten voor het vak Project collective intelligence en een opdracht voor het vak The law of artificial intelligence.
3. De voorzieningenrechter beschikt in dit stadium niet over het volledige dossier en alle feiten, bijvoorbeeld over de mogelijkheid van herkansing van de opdrachten. Omdat de gevraagde voorziening op deze korte termijn niet (inhoudelijk) kan worden beoordeeld, ziet de voorzieningenrechter in het licht van de betrokken belangen aanleiding om het verzoek bij wijze van ordemaatregel toe te wijzen, voor zover dat ziet op de groepsopdracht van 20 juni 2025 voor het vak Project collective intelligence.
4. De toewijzing heeft een voorlopig karakter. Hiermee loopt de voorzieningenrechter niet vooruit op het uiteindelijke oordeel over het verzoek van [verzoeker]. De voorzieningenrechter neemt binnen korte termijn een beslissing over de rest van het verzoek van [verzoeker], waarin ook het verzoek om proceskostenvergoeding beoordeeld zal worden.
5. Gelet op het vorenstaande ziet de voorzieningenrechter aanleiding de hierna te melden voorlopige voorziening te treffen. De voorziening strekt niet verder dan het feitelijk laten deelnemen van [verzoeker] aan de groepsopdracht op 20 juni 2025. Daarmee is nog niets gezegd over het registreren van het daarmee te behalen individuele cijfer.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
treft de voorlopige voorziening dat de examencommissie van de Faculteit der Bètawetenschappen van de Vrije Universiteit Amsterdam, [verzoeker] laat deelnemen aan de groepsopdracht van 20 juni 2025 van het vak Project collective intelligence.
Aldus vastgesteld door mr. J.M. Willems, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. M. Schuurman, griffier.