ECLI:NL:RVS:2025:2775
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens dienstweigering in Eritrea
Betrokkenen, een echtpaar met de Eritrese nationaliteit, vroegen asiel aan na problemen met de Eritrese autoriteiten vanwege de dienstweigering van hun zoon. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees hun aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel af. De rechtbank verklaarde de beroepen gegrond en vernietigde de besluiten, maar de minister ging in hoger beroep.
De Afdeling oordeelt dat de rechtbank onvoldoende rekening hield met de motivering van de minister over het verkrijgen van het uitreisvisum en de geloofwaardigheid van de dienstweigering van de zoon. De minister stelde dat het onwaarschijnlijk is dat betrokkenen zonder problemen konden uitreizen en dat het ongeloofwaardig is dat zij zeven jaar lang geen problemen ondervonden vanwege de dienstweigering.
De Afdeling vernietigt de uitspraken van de rechtbank en beoordeelt de beroepen zelf. Zij stelt vast dat de verklaringen van betrokkenen over het bezoek van militairen, de verzegeling van het huis en het verwijderen van het dak inconsistent en onvoldoende gemotiveerd zijn. De Afdeling verklaart de beroepen ongegrond en wijst de aanvragen af. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De beroepen tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel worden ongegrond verklaard en de uitspraken van de rechtbank vernietigd.