ECLI:NL:RVS:2025:2778
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtbankuitspraak over vrijheidsontnemende maatregel en schadevergoeding
Op 8 maart 2025 legde de minister van Asiel en Migratie aan appellant een vrijheidsontnemende maatregel op. Appellant stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank, die op 13 mei 2025 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
Appellant ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling overwoog dat het hoger beroep geen nieuwe vragen bevatte die beantwoording behoefden in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. Daarom nam zij de motivering van de rechtbank over.
De Afdeling zag ook geen reden om de opgelegde grensdetentie onrechtmatig te achten. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.