ECLI:NL:RVS:2025:2795
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onjuist beoordelingskader
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie van 24 december 2024, waarin haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelt dat de minister een onjuist beoordelingskader heeft gehanteerd door niet eerst te onderzoeken of de Turkse autoriteiten in het algemeen bescherming bieden aan vrouwen tegen huiselijk geweld. De rechtbank heeft dit ook niet onderkend. Dit is in strijd met vaste rechtspraak, waaronder de uitspraak van 7 december 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:4016).
Daarom wordt het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het besluit van de minister vernietigd. De zaak wordt terugverwezen zodat de minister alsnog een juiste beoordeling kan maken, rekening houdend met de door appellant overgelegde landeninformatie en haar eerdere ervaringen. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten aan appellant.
Uitkomst: Het besluit van de minister tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd en het hoger beroep gegrond verklaard.