ECLI:NL:RVS:2025:2830
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig besluit verklaring rijgeschiktheid
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag tot het verkrijgen van een verklaring van rijgeschiktheid. Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) ontving op 26 april 2023 een gezondheidsverklaring en verwees appellante voor een 75+ keuring. De keurend arts constateerde dat de ogen van appellante niet voldeden aan de eisen, waarna het CBR haar verwees naar een oogarts. Bij brief van 9 oktober 2023 meldde het CBR geen besluit te kunnen nemen wegens ontbrekende gegevens.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en stuurde het beroepschrift door aan het CBR om als bezwaarschrift te behandelen. Appellante ging hiertegen in hoger beroep. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de brief van 9 oktober 2023 een tijdig besluit was als bedoeld in artikel 4:5 Awb Pro. Het beroep was terecht niet-ontvankelijk verklaard.
Verder werd op 11 juni 2024 een besluit genomen op het bezwaar van appellante, maar dit was geen besluit waartegen beroep van rechtswege mogelijk was omdat het beroep was gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit. De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.