ECLI:NL:RVS:2025:2845
Raad van State
- Hoger beroep
- E.J. Daalder
- J.M.L. Niederer
- M. Soffers
- Rechtspraak.nl
Vervolgprocedure planschadevergoeding na wijziging bestemmingsplan en passieve risicoaanvaarding
Het college van burgemeester en wethouders van Midden-Groningen wees op 15 december 2020 de aanvraag van Van der Valk en Vlamovensteenfabriek om tegemoetkoming in planschade af. De aanleiding was de wijziging van het bestemmingsplan van een motelcomplex naar een agrarische bestemming, wat volgens aanvragers leidde tot waardevermindering en inkomensderving.
De rechtbank Noord-Nederland vernietigde het besluit van het college wegens een motiveringsgebrek, maar liet de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand. Vlamovensteenfabriek stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de rechtbank ten onrechte de rechtsgevolgen in stand liet omdat Vlamovensteenfabriek geen passieve risicoaanvaarding kan worden tegengeworpen op grond van de Omgevingsverordening 2011.
Het college moet daarom opnieuw beslissen op het bezwaar van Vlamovensteenfabriek, waarbij ook de planologische nadelige positie door het nieuwe bestemmingsplan betrokken mag worden. Het hoger beroep van Vlamovensteenfabriek wordt gegrond verklaard, het incidenteel hoger beroep van het college ongegrond, en het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van Vlamovensteenfabriek wordt gegrond verklaard en het college moet binnen 16 weken een nieuw besluit nemen over de planschadevergoeding.