ECLI:NL:RVS:2025:2857
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- J.M.L. Niederer
- H. Benek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning bouw Grand Hotel Britannia ondanks bezwaren appellant
Het college van burgemeester en wethouders van Vlissingen verleende een omgevingsvergunning voor de bouw van het Grand Hotel Britannia met 205 hotelkamers en bijbehorende voorzieningen. Appellant, wonend nabij het bouwplan, maakte bezwaar tegen het besluit vanwege onder meer verkeers-, parkeer- en windhinder en bezonningseffecten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State. In het hoger beroep werden diverse gronden aangevoerd, waaronder procedurele bezwaren over inzage van stukken, toetsing aan het juiste bestemmingsplan, bezonning, verkeershinder, luchtkwaliteit, parkeervoorzieningen, gemeentelijk beleid, windhinder en de aanwezigheid van een zwembad.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college de juiste procedures had gevolgd, de toetsing aan het bestemmingsplan correct was, en de onderzoeken naar bezonning, verkeersveiligheid, luchtkwaliteit, geluidsoverlast, parkeervoorzieningen en windhinder voldoende waren onderbouwd. De door appellant aangevoerde bezwaren werden niet als voldoende gemotiveerd of onderbouwd beschouwd. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning voor het Grand Hotel Britannia blijft van kracht.