ECLI:NL:RVS:2025:286
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitvoering vernietiging afwijzing verblijfsvergunning asiel
De minister van Asiel en Migratie had op 8 november 2024 besluiten genomen waarbij aanvragen van drie vreemdelingen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd werden afgewezen. De rechtbank Den Haag verklaarde op 3 januari 2025 de beroepen van de vreemdelingen gegrond, vernietigde de besluiten en bepaalde dat de minister binnen acht weken nieuwe besluiten moest nemen met inachtneming van de uitspraak.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening om uitvoering van de uitspraak van de rechtbank op te schorten. De vreemdelingen gaven een schriftelijke reactie op dit verzoek.
De voorzieningenrechter heeft op 28 januari 2025 besloten de voorlopige voorziening toe te wijzen, zodat de minister de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat het hoger beroep is behandeld. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De minister hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.