ECLI:NL:RVS:2025:2894
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens ontbreken hechte persoonlijke banden
Appellant, een minderjarige met de Sierra Leoonse nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van gezinshereniging met zijn oma, de referent. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees deze aanvraag op 16 oktober 2020 af wegens het ontbreken van hechte persoonlijke banden tussen appellant en referent. De rechtbank bevestigde dit standpunt bij uitspraak van 13 juli 2022.
Appellant ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. Hij stelde onder meer dat de minister ten onrechte het bezwaar van zijn vader, die eveneens een mvv-aanvraag had ingediend, ongegrond had verklaard, waardoor appellant alleen achterbleef in Sierra Leone. De minister had later dit besluit op bezwaar voor de vader ingetrokken, wat de rechtbank niet had kunnen meenemen in haar oordeel.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het besluit van 11 februari 2022 over het bezwaar van appellant samenhangt met het bezwaar van zijn vader, en dat het nog te nemen besluit over het bezwaar van de vader gevolgen kan hebben voor appellant. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank en het besluit op bezwaar vernietigd, en werd de minister opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Daarnaast werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, de uitspraak en het besluit op bezwaar zijn vernietigd, en de minister is gelast een nieuw besluit te nemen.