ECLI:NL:RVS:2025:290
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring vreemdeling door minister en rechtbank
De minister heeft op 20 december 2024 een vreemdeling in bewaring gesteld. De vreemdeling heeft tegen dit besluit beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 6 januari 2025 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling heeft het hoger beroep onderzocht, maar vond geen gronden om de uitspraak van de rechtbank te vernietigen. De motivering van de rechtbank werd overgenomen, aangezien het hogerberoepschrift geen vragen bevatte die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming.
De Afdeling achtte ook ambtshalve geen reden aanwezig om de bewaring onrechtmatig te verklaren. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.