ECLI:NL:RVS:2025:2900
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitvoering uitspraak rechtbank inzake verblijfsvergunning
Bij besluit van 27 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvraag van betrokkene om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen. De minister verklaarde het bezwaar van betrokkene tegen dit besluit ongegrond op 11 november 2024. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van betrokkene gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de minister de aanvraag moet hervatten.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om de uitvoering van de uitspraak van de rechtbank op te schorten. De voorzieningenrechter oordeelde dat het niet aannemelijk is dat de uitspraak van de rechtbank in stand blijft en besloot daarom de voorlopige voorziening toe te wijzen.
De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De voorlopige voorziening betekent dat de minister niet hoeft te voldoen aan de uitspraak van de rechtbank totdat de Raad van State op het hoger beroep heeft beslist.
Uitkomst: Minister hoeft uitspraak rechtbank niet uit te voeren totdat hoger beroep is beslist.