Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RVS:2025:2901

Raad van State

Datum uitspraak
1 juli 2025
Publicatiedatum
27 juni 2025
Zaaknummer
BRS.25.000062
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • M.J.M. Ristra-Peeters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 10 Opvangrichtlijn
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep minister tegen uitspraak rechtbank over grensdetentie en schadevergoeding

Bij besluit van 8 december 2024 legde de minister een vrijheidsontnemende maatregel op aan betrokkene. De rechtbank verklaarde bij uitspraak van 17 januari 2025 het beroep gedeeltelijk gegrond en oordeelde dat de tenuitvoerlegging van de maatregel tot en met 2 januari 2025 onrechtmatig was, met een opdracht tot schadeloosstelling.

De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het Justitieel Complex Schiphol wel degelijk een gespecialiseerde bewaringsaccommodatie was volgens artikel 10, eerste lid, van de Opvangrichtlijn, en dat de rechtbank ten onrechte de grensdetentie onrechtmatig had verklaard.

De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank, verklaarde het hoger beroep gegrond, en verklaarde het beroep alsnog ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, het beroep ongegrond en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Uitspraak

BRS.25.000062
Datum uitspraak: 1 juli 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
de minister van Asiel en Migratie,
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 17 januari 2025 in zaak nr. NL25.562 in het geding tussen:
[betrokkene]
en
de minister.
Procesverloop
Bij besluit van 8 december 2024 heeft de minister betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.
Bij uitspraak van 17 januari 2025 heeft de rechtbank het met een kennisgeving vanwege de minister daartegen aanhangig gemaakte beroep, voor zover gericht tegen de tenuitvoerlegging van de maatregel tot en met 2 januari 2025, gegrond verklaard en voor het overige ongegrond, en de minister opgedragen betrokkene schadeloos te stellen.
Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1.  De minister komt terecht op tegen het oordeel van de rechtbank dat het Justitieel Complex Schiphol onder de omstandigheden gedurende een deel van de grensdetentie van betrokkene geen gespecialiseerde bewaringsaccommodatie was in de zin van artikel 10, eerste lid, van de Opvangrichtlijn en dat de tenuitvoerlegging van de grensdetentie daarom onrechtmatig was. De Afdeling verwijst naar haar uitspraken van 29 januari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:258, en 26 februari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:789.
1.1.  De grief slaagt.
2.  Het hoger beroep is gegrond. De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank. Omdat er geen beroepsgronden zijn die de rechtbank niet heeft besproken en de Afdeling ook ambtshalve geen reden ziet om de grensdetentie onrechtmatig te achten, is het beroep alsnog ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding wordt daarom afgewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.  verklaart het hoger beroep gegrond;
II.  vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 17 januari 2025 in zaak nr. NL25.562;
III.  verklaart het beroep ongegrond;
IV.  wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Aldus vastgesteld door mr. M.J.M. Ristra-Peeters, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S. Nederhoff, griffier.
w.g. Ristra-Peeters
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Nederhoff
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 1 juli 2025
918