ECLI:NL:RVS:2025:2901
Raad van State
- Hoger beroep
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep minister tegen uitspraak rechtbank over grensdetentie en schadevergoeding
Bij besluit van 8 december 2024 legde de minister een vrijheidsontnemende maatregel op aan betrokkene. De rechtbank verklaarde bij uitspraak van 17 januari 2025 het beroep gedeeltelijk gegrond en oordeelde dat de tenuitvoerlegging van de maatregel tot en met 2 januari 2025 onrechtmatig was, met een opdracht tot schadeloosstelling.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het Justitieel Complex Schiphol wel degelijk een gespecialiseerde bewaringsaccommodatie was volgens artikel 10, eerste lid, van de Opvangrichtlijn, en dat de rechtbank ten onrechte de grensdetentie onrechtmatig had verklaard.
De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank, verklaarde het hoger beroep gegrond, en verklaarde het beroep alsnog ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, het beroep ongegrond en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.