ECLI:NL:RVS:2025:2925
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C.A. de Poorter
- N. Verheij
- M. Soffers
- Rechtspraak.nl
Grensdetentie onrechtmatig na overschrijding maximale duur volgens Opvangrichtlijn
Betrokkene werd op 18 januari 2025 bij aankomst op Schiphol in grensdetentie geplaatst op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank oordeelde dat deze detentie onrechtmatig was vanwege de omstandigheden in het Justitieel Complex Schiphol en de te lange duur van ruim veertien weken, in strijd met artikel 9, eerste lid, van de Opvangrichtlijn.
De minister stelde hoger beroep in tegen dit oordeel. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt dat grensdetentie slechts voor een zo kort mogelijke termijn mag duren en stelt een maximale duur van dertien weken vast, conform nieuwe EU-regelgeving die vanaf 12 juni 2026 van toepassing wordt. Omdat de detentie van betrokkene deze termijn overschreed, was deze onrechtmatig vanaf de dag van uitspraak van de rechtbank, 11 februari 2025.
De Afdeling vernietigt het deel van het vonnis waarin een schadevergoeding van € 2.500 werd toegekend wegens detentieomstandigheden, maar bevestigt de rest van de uitspraak. Betrokkene krijgt een vergoeding van € 100 voor de onrechtmatige detentie. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Grensdetentie onrechtmatig vanaf 11 februari 2025 wegens overschrijding maximale duur; vergoeding van € 100 toegekend.