ECLI:NL:RVS:2025:2928
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen openbaarmaking documenten in hogerberoepsprocedure milieu-informatie
De minister van Financiën, Gasunie en GTS hebben bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening te treffen tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 24 april 2025. Het verzoek betreft het voorkomen van openbaarmaking van bepaalde documenten waarvan wordt gesteld dat dit tot onomkeerbare gevolgen leidt en de hogerberoepsprocedure zinledig maakt.
De voorzieningenrechter overwoog dat de rechtsvragen omtrent de verantwoordelijkheid van Gasunie en GTS onder de minister en de kwalificatie van de gevraagde informatie als milieu-informatie principiële kwesties zijn die in de bodemprocedure aan de orde zullen komen. Gezien de wettelijke regeling dat hoger beroep geen schorsende werking heeft, is het uitgangspunt dat de minister uitvoering moet geven aan het vonnis.
Echter, vanwege het belang van de minister en Gasunie en GTS om te voorkomen dat de hogerberoepsprocedure zinloos wordt door voortijdige openbaarmaking, en het ontbreken van voldoende aannemelijkheid dat de bodemprocedure niet kan worden afgewacht, heeft de voorzieningenrechter besloten een voorlopige voorziening te treffen. Hierdoor hoeft de minister de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.
Uitkomst: De voorzieningenrechter treft een voorlopige voorziening waardoor de minister geen uitvoering hoeft te geven aan de uitspraak van de rechtbank totdat het hoger beroep is beslist.