ECLI:NL:RVS:2025:293
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende individuele omstandigheden
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 1 juni 2022 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 26 maart 2024 het besluit vernietigde maar de rechtsgevolgen in stand liet. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De vreemdeling stelde dat de minister haar persoonlijke omstandigheden onvoldoende had betrokken bij de toepassing van artikel 15, onderdeel c, van de Kwalificatierichtlijn. De Afdeling verwijst naar een eerdere uitspraak waarin werd bepaald dat bij toepassing van dit artikel ook de individuele situatie moet worden meegewogen wanneer sprake is van willekeurig geweld in een gewapend conflict.
De Afdeling oordeelt echter dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat haar individuele omstandigheden leiden tot een verhoogd risico op willekeurig geweld. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt bevestigd.