ECLI:NL:RVS:2025:2932
Raad van State
- Hoger beroep
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over onrechtmatigheid grensdetentie en afwijzing schadevergoeding
De minister van Asiel en Migratie legde op 20 november 2024 een vrijheidsontnemende maatregel op aan betrokkene. Betrokkene stelde beroep in tegen deze maatregel. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep gegrond voor zover het de tenuitvoerlegging van de maatregel betrof en wijzigde de tenuitvoerlegging, waarbij de minister werd opgedragen betrokkene schadeloos te stellen.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze oordeelde dat het Justitieel Complex Schiphol ten tijde van de uitspraak geen gespecialiseerde bewaringsaccommodatie was zoals bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Opvangrichtlijn, en dat de tenuitvoerlegging van de grensdetentie daarom onrechtmatig was.
De Afdeling stelde echter vast dat deze beoordeling onjuist was en vernietigde het vonnis van de rechtbank. Zij verklaarde het hoger beroep gegrond, het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep ongegrond verklaard; het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.