ECLI:NL:RVS:2025:2933
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel na hoger beroep en verzoek voorlopige voorziening
Appellant heeft bij besluit van 27 augustus 2024 een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen. Hiertegen stelde appellant beroep in bij de rechtbank, die op 13 december 2024 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde appellant hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het hoger beroep en het verzoek om voorlopige voorziening behandeld. De voorzieningenrechter concludeert dat het hoger beroep geen aanleiding geeft tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank, omdat deze op goede gronden is genomen en het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden.
Daarom wordt het hoger beroep ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De minister van Asiel en Migratie hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan in het openbaar op 2 juli 2025 door voorzieningenrechter C.M. Wissels.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond verklaard en verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.