ECLI:NL:RVS:2025:294
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen uitspraak over kennisgeving gewijzigde identiteitsgegevens vreemdeling
De zaak betreft het hoger beroep van de minister van Asiel en Migratie tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, waarin het beroep van een vreemdeling tegen de kennisgeving van gewijzigde identiteitsgegevens gegrond werd verklaard.
De staatssecretaris had op 5 december 2023 de geboortedatum van de vreemdeling gewijzigd en dit aan de Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel meegedeeld. De vreemdeling maakte bezwaar tegen deze wijziging, dat door de staatssecretaris niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank stelde het beroep van de vreemdeling alsnog gegrond en bepaalde dat een nieuw besluit genomen moest worden.
De minister stelde hoger beroep in en voerde aan dat de kennisgeving geen appellabel besluit is omdat het slechts een voorbereidend besluit is dat de vreemdeling niet rechtstreeks in zijn belang treft. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt deze lijn en vernietigt de uitspraak van de rechtbank. Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.