ECLI:NL:RVS:2025:299
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C.A. de Poorter
- N. Verheij
- M. Soffers
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen onrechtmatige grensdetentie afgewezen door Raad van State
Bij besluit van 20 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie aan een vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. De vreemdeling stelde beroep in tegen deze maatregel bij de rechtbank Den Haag, die op 17 december 2024 het beroep gegrond verklaarde en de tenuitvoerlegging van de maatregel wijzigde, tevens werd een schadevergoeding toegekend.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tijdens de zitting op 9 januari 2025 verschenen beide partijen en werd een medewerker van het Justitieel Complex Schiphol gehoord. De Afdeling behandelde deze zaak gelijktijdig met twee andere vergelijkbare zaken.
De Afdeling oordeelt dat het JCS ten tijde van de uitspraak van de rechtbank wel degelijk een gespecialiseerde bewaringsaccommodatie is in de zin van artikel 10, eerste lid, van de Opvangrichtlijn. Hierdoor is de tenuitvoerlegging van de grensdetentie niet onrechtmatig. De grief van de minister slaagt, het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, het beroep van de vreemdeling ongegrond en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.