ECLI:NL:RVS:2025:301
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C.A. de Poorter
- N. Verheij
- M. Soffers
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over grensdetentie en afwijzing schadevergoeding
De minister van Asiel en Migratie legde op 24 november 2024 een vrijheidsontnemende maatregel op aan een vrouwelijke vreemdeling. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, oordeelde dat het Justitieel Complex Schiphol (JCS) geen gespecialiseerde bewaringsaccommodatie is volgens de Opvangrichtlijn en wijzigde de tenuitvoerlegging van de maatregel. Tevens kende de rechtbank schadevergoeding toe.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die de zaak op 9 januari 2025 behandelde. De vreemdeling stelde incidenteel hoger beroep in, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege wettelijke uitsluiting van incidenteel hoger beroep in grensdetentiezaken.
De Afdeling oordeelde dat het JCS wel voldoet aan de eisen van gespecialiseerde bewaringsaccommodatie en dat de scheiding van vrouwelijke en mannelijke asielzoekers conform artikel 11, vijfde lid, van de Opvangrichtlijn is geregeld. De eerdere uitspraak van de rechtbank werd vernietigd, het beroep alsnog ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, het beroep van de vreemdeling ongegrond en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.