ECLI:NL:RVS:2025:302

Raad van State

Datum uitspraak
29 januari 2025
Publicatiedatum
29 januari 2025
Zaaknummer
202407001/3/R1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen bestemmingsplan en omgevingsvergunning Jufferswegje 31-33 Kapelle

De raad van de gemeente Kapelle stelde op 24 september 2024 het bestemmingsplan 'Jufferswegje 31-33' vast en verleende het college op 26 september 2024 een omgevingsvergunning aan een bedrijf voor de bouw van 22 appartementen op de percelen Jufferswegje 31-33 te Biezelinge. Verzoekers, wonend op het naastgelegen perceel Jufferswegje 27, vreesden ernstige aantasting van hun privacy en verslechtering van de verkeersveiligheid.

De voorzieningenrechter overwoog dat de afstand tussen het bouwvlak en het perceel van verzoekers ongeveer 6 meter bedraagt en de afstand tot hun woning circa 10 meter, wat gebruikelijk is in een bebouwde omgeving. Daarnaast zijn er maatregelen getroffen om inkijk te beperken, zoals kleine ramen en het planten van bomen. Ten aanzien van verkeersveiligheid concludeerde de voorzieningenrechter dat het plan niet leidt tot overschrijding van de maximale verkeerscapaciteit van de weg en dat de voorziene parkeerplaatsen en bomen het zicht vanuit de in- en uitrit van verzoekers niet onaanvaardbaar belemmeren.

De voorzieningenrechter wees het verzoek tot voorlopige voorziening af, stellende dat het aannemelijk is dat de besluiten in stand zullen blijven in de hoofdzaak. Handhaving van de maximale snelheid op de weg valt buiten de beoordeling. De overige aangevoerde gronden boden eveneens geen aanleiding tot schorsing.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning wordt afgewezen.

Uitspraak

202407001/3/R1.
Datum uitspraak: 29 januari 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[verzoeker A] en [verzoeker B], beiden wonend in Kapelle, (hierna tezamen en in enkelvoud: [verzoeker]),
verzoekers,
en
1.       de raad van de gemeente Kapelle,
2.       het college van burgemeester en wethouders van Kapelle,
verweerders.
Procesverloop
Bij besluit van 24 september 2024 heeft de raad het bestemmingsplan "Jufferswegje 31-33" vastgesteld.
Bij besluit van 26 september 2024 heeft het college aan [bedrijf] (hierna: [bedrijf]) een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van 22 appartementen.
Tegen deze besluiten heeft onder meer [verzoeker] beroep ingesteld.
[verzoeker] heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De raad en het college hebben een verweerschrift ingediend.
[bedrijf] heeft een schriftelijke uiteenzetting ingediend.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op de zitting behandeld op 23 januari 2025, waar [verzoeker], bijgestaan door mr. Y. Ouled Belkacem, advocaat in Den Haag, en de raad en het college, beide vertegenwoordigd door P. Vogel en B. Davidse, zijn verschenen. Voorts is op de zitting [bedrijf], vertegenwoordigd door [gemachtigde A] en [gemachtigde B], als partij gehoord.
Overwegingen
1.       Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Voor de beoordeling van het beroep blijft het recht zoals dat gold vóór 1 januari 2024 van toepassing.
2.       Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
Inleiding
3.       Het plan en de omgevingsvergunning maken het mogelijk om op de percelen Jufferswegje 31-33 in Biezelinge in totaal 22 appartementen in twee gebouwen te realiseren. [bedrijf] is de initiatiefnemer daarvan. Op de percelen staat een voormalige kerk waarin voorheen een zalencentrum gevestigd was.
[verzoeker] heeft de voorzieningenrechter verzocht het plan en de omgevingsvergunning te schorsen totdat de Afdeling op het beroep heeft beslist. [verzoeker] woont ten zuiden van het plangebied op het perceel Jufferswegje 27. Zij vreest met name dat de besluiten zullen leiden tot een ernstige aantasting van de privacy en een verslechtering van de verkeersveiligheid ter plaatse. Wat betreft de verkeersveiligheid wijst [verzoeker] er daarbij op dat de Jufferswegje bij het plangebied een bocht maakt en dat vlak na die bocht een inrit naar het plangebied, de in- en uitrit van haar perceel en een zebrapad naast elkaar liggen.
Het oordeel van de voorzieningenrechter
4.       Het verzoek wordt afgewezen. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is namelijk aannemelijk dat de besluiten in stand zullen blijven in de hoofdzaak. De voorzieningenrechter licht dat hieronder toe.
Privacy
5.       De voorzieningenrechter is op voorhand van oordeel dat de raad zich op het standpunt heeft mogen stellen dat het plan niet zal leiden tot een ernstige aantasting van de privacy van [verzoeker]. Daarbij is van belang dat de afstand van het bouwvlak voor de appartementen tot het perceel van [verzoeker] ongeveer 6 m is. De afstand tot haar woning is ongeveer 10 m. Dat zijn geen ongebruikelijke afstanden in bebouwd gebied. Verder is in een bebouwde omgeving enige mate van inkijk op naastgelegen percelen niet ongebruikelijk. Overigens heeft [bedrijf] toegelicht dat zij een aantal maatregelen zal nemen om het zicht vanuit de appartementen op de naastgelegen percelen te beperken. Zo zullen de gevels aan de zuid- en westzijde van het plangebied op de verdiepingen worden voorzien van zo  klein mogelijke ramen en zullen dakramen in plaats van dakkapellen worden gebruikt. Ook heeft [bedrijf] het voornemen om aan de zuidzijde bomen met een minimale hoogte te planten.
Het betoog slaagt niet.
Verkeersveiligheid
6.       De voorzieningenrechter is op voorhand van oordeel dat de raad zich ook op het standpunt mocht stellen dat het plan niet zal leiden tot een verslechtering van de verkeersveiligheid ter plaatse. Daarbij is van belang dat het plan niet zal leiden tot een overschrijding van de maximale capaciteit van het Jufferswegje. De raad heeft toegelicht dat de Jufferswegje een 30 km-weg is met een maximale capaciteit van 6.000 motorvoertuigen per etmaal. Het aantal motorvoertuigen over deze weg in 2040 zal volgens het regionale verkeersmodel maximaal 4.000 per etmaal zijn. Verder is in paragraaf 4.6.3 van de plantoelichting berekend dat de appartementen zullen leiden tot minder verkeersbewegingen dan het zalencentrum. [verzoeker] heeft dat niet betwist.
[verzoeker] heeft wel aangevoerd dat het zicht vanuit haar in- en uitrit op de bocht onaanvaardbaar zal worden belemmerd door vijf parkeerplaatsen die naast haar perceel zijn voorzien en door nieuw te planten bomen. De voorzieningenrechter ziet echter geen aanleiding voor het oordeel dat de vijf voorziene parkeerplaatsen het zicht vanuit de in- en uitrit van [verzoeker] op de bocht onaanvaardbaar zullen belemmeren. Tussen het perceel van [verzoeker] en de rijbaan ligt namelijk een stoep met een breedte van ongeveer 1,50 m en een rabatstrook die ook een breedte heeft van 1,50 m. Zij kan met haar auto op die strook stilstaan om te kijken of er verkeer vanuit de bocht komt. Verder heeft de raad toegelicht dat er oorspronkelijk een boom was voorzien tussen een inrit naar het plangebied en de in- en uitrit van [verzoeker]. Maar deze boom zal volgens de raad daar niet worden geplant zodat [verzoeker] voldoende zicht blijft houden op de bocht.
[verzoeker] heeft verder aangevoerd dat motorvoertuigen op het Jufferswegje zich niet aan de maximale snelheid van 30 km houden. De voorzieningenrechter overweegt daarover dat dit een kwestie van handhaving is. Handhaving kan in deze procedure niet aan de orde komen.
Het betoog slaagt niet.
Overige gronden
7.       De voorzieningenrechter ziet ook in de overige gronden die [verzoeker] heeft aangevoerd geen aanleiding om het plan en de omgevingsvergunning te schorsen.
Proceskosten
8.       De raad en het college hoeven geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. J.H. van Breda, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. A.L. van Driel Kluit, griffier.
w.g. Van Breda
voorzieningenrechter
w.g. Van Driel Kluit
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 29 januari 2025
703