ECLI:NL:RVS:2025:303
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring verblijfsvergunning asiel
De minister van Asiel en Migratie heeft op 23 augustus 2024 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk verklaard. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 12 december 2024 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. Echter richtte het hoger beroep zich niet tegen de inhoud van de uitspraak van de rechtbank, omdat de vreemdeling niet heeft toegelicht waarom die uitspraak onjuist zou zijn.
Daarom verklaarde de Afdeling het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. De minister is niet gehouden proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter H.G. Sevenster op 30 januari 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.