ECLI:NL:RVS:2025:3037

Raad van State

Datum uitspraak
9 juli 2025
Publicatiedatum
4 juli 2025
Zaaknummer
202401673/2/A3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • J.F. de Groot
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in hoger beroep tegen uitspraak rechtbank over kadaster

Verzoeker heeft tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland hoger beroep ingesteld en tegelijkertijd een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek behandeld tijdens een zitting op 27 mei 2025, waarbij zowel verzoeker als de bewaarder van het kadaster aanwezig waren. Na de beslissing op het hoger beroep in een gerelateerde zaak is het geding komen te vervallen.

Daarom is het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Tevens is bepaald dat de bewaarder van het kadaster geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak is gedaan op 9 juli 2025 door voorzieningenrechter J.F. de Groot.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het hoger beroep is beslist en er geen geding meer is.

Uitspraak

202401673/2/A3.
Datum uitspraak: 9 juli 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), hangende het hoger beroep van:
[verzoeker], wonend in [woonplaats],
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 5 februari 2024 in zaak nr. 23/1894 in het geding tussen:
[verzoeker]
en
de bewaarder van het kadaster en de openbare registers.
Procesverloop
Tegen de uitspraak van de rechtbank heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld. Ook heeft [verzoeker] de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
[verzoeker] heeft nadere stukken ingediend.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op een zitting behandeld op 27 mei 2025, waar [verzoeker] en de bewaarder, in de persoon van mr. M.I. Mollee-Ten Hoor, zijn verschenen.
Overwegingen
1.       Bij uitspraak van vandaag in zaak nr. 202401673/1/A3 heeft de Afdeling op het hoger beroep beslist. Als gevolg daarvan is er geen geding meer. Daarom dient het verzoek te worden afgewezen.
2.       De bewaarder hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. J.F. de Groot, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. T. Hartsuiker, griffier.
w.g. De Groot
voorzieningenrechter
w.g. Hartsuiker
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 9 juli 2025
620-1101