ECLI:NL:RVS:2025:3038
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag
De minister van Asiel en Migratie nam op 14 mei 2025 een besluit om de asielaanvraag van betrokkene niet in behandeling te nemen. Betrokkene stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 20 juni 2025 het besluit vernietigde en de minister opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De minister ging in hoger beroep tegen deze uitspraak en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen zodat zij niet aan het vonnis van de rechtbank hoefde te voldoen totdat het hoger beroep was afgerond. Betrokkene gaf een schriftelijke reactie op dit verzoek.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het hoger beroep nader onderzoek vereist, mede vanwege het interstatelijk vertrouwensbeginsel en de toegang tot opvang voor niet-kwetsbare alleenstaande mannen bij asielaanvragen, en dat de procedure voor de voorlopige voorziening zich hier niet goed voor leent. Daarom werd de voorlopige voorziening toegewezen, waarbij de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden.
Uitkomst: De minister hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.