ECLI:NL:RVS:2025:3040
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitvoering vernietigend vonnis verblijfsvergunning asiel
Bij besluit van 23 augustus 2024 wees de minister van Asiel en Migratie de aanvraag van betrokkene voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. Betrokkene stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 16 juni 2025 het beroep gegrond verklaarde, het besluit vernietigde en de minister opdroeg binnen acht weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.
De minister stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening, zodat zij de uitspraak van de rechtbank niet hoefde uit te voeren totdat het hoger beroep was beslist. Betrokkene diende een schriftelijke reactie in.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het hoger beroep nader onderzoek vereist en dat deze procedure zich niet goed leent voor een inhoudelijke beoordeling. Daarom werd de voorlopige voorziening toegewezen, waardoor de minister niet hoeft te voldoen aan de uitspraak van de rechtbank totdat de Afdeling een beslissing op het hoger beroep heeft genomen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De minister hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.