ECLI:NL:RVS:2025:3044
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening in vreemdelingenrechtelijke zaak betreffende verblijfsvergunning
Op 9 juli 2025 heeft de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak gedaan in een zaak betreffende een verzoek om voorlopige voorziening. De zaak betreft een aanvraag van een betrokkene om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 25 augustus 2022 is afgewezen. Na een ongegrond verklaard bezwaar op 7 november 2023, heeft de rechtbank Den Haag op 22 mei 2025 het beroep van de betrokkene gegrond verklaard en het besluit van de staatssecretaris vernietigd. De minister van Asiel en Migratie heeft hiertegen hoger beroep ingesteld en verzocht om een voorlopige voorziening, zodat de uitspraak van de rechtbank niet uitgevoerd hoeft te worden totdat de Afdeling op het hoger beroep beslist. De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat de beoordeling van de grieven nader onderzoek vereist en heeft daarom de voorlopige voorziening getroffen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is openbaar uitgesproken op 9 juli 2025.