ECLI:NL:RVS:2025:3048
Raad van State
- Hoger beroep
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vrijheidsontnemende maatregel en grensdetentie minister van Asiel en Migratie
Op 16 december 2024 legde de minister van Asiel en Migratie aan appellant een vrijheidsontnemende maatregel op. Appellant stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 6 januari 2025 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
Appellant ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevat die beantwoording behoeven in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. Tevens werd verwezen naar eerdere uitspraken over detentieomstandigheden in het Justitieel Complex Schiphol.
De Afdeling vond geen aanleiding om de grensdetentie onrechtmatig te achten en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De uitspraak van de rechtbank werd daarmee bevestigd en de minister werd niet verplicht tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vrijheidsontnemende maatregel blijft van kracht.