Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RVS:2025:3059

Raad van State

Datum uitspraak
7 juli 2025
Publicatiedatum
7 juli 2025
Zaaknummer
202501792/1/V1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • H.G. Sevenster
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens gebrek aan belang bij verblijfsvergunning asiel

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank Den Haag had dit beroep niet-ontvankelijk verklaard. Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Tijdens de procedure heeft de minister laten weten dat appellant zelfstandig Nederland heeft verlaten en de gemachtigde van appellant gaf aan geen contact meer met hem te hebben. De Afdeling concludeert hieruit dat appellant geen bescherming meer zoekt in Nederland en daardoor geen belang meer heeft bij de beoordeling van het hoger beroep.

Op grond hiervan verklaart de Afdeling het hoger beroep niet-ontvankelijk en wijst zij het verzoek om proceskostenvergoeding af. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 7 juli 2025.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van belang van appellant.

Uitspraak

202501792/1/V1.
Datum uitspraak: 7 juli 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[appellant],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 27 februari 2025 in zaak nr. NL24.38462 in het geding tussen:
appellant
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.
Bij uitspraak van 27 februari 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. A. Khalaf, advocaat in Zwolle, hoger beroep ingesteld.
De minister heeft een nader stuk ingediend, waarop de gemachtigde van appellant heeft gereageerd.
Overwegingen
1.       De minister heeft de Afdeling laten weten dat appellant zelfstandig is vertrokken. De gemachtigde van appellant heeft laten weten geen contact meer met hem te hebben. Daaruit leidt de Afdeling af dat appellant niet langer bescherming in Nederland zoekt. Daarom heeft appellant geen belang bij een beoordeling van het hoger beroep.
2.       Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. E.E. Pronk, griffier.
w.g. Sevenster
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Pronk
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 7 juli 2025
1028