ECLI:NL:RVS:2025:3061
Raad van State
- Hoger beroep
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongegrondverklaring beroep tegen niet in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel
Appellant heeft bij de minister van Asiel en Migratie een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft deze aanvraag bij besluit van 7 april 2025 niet in behandeling genomen. Hiertegen heeft appellant beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 6 juni 2025 het beroep ongegrond verklaarde.
Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, waarbij hij werd vertegenwoordigd door een advocaat. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het hoger beroep beoordeeld en geconcludeerd dat het hoger beroep niet leidt tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De motivering van de rechtbank wordt overgenomen en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
De Raad van State oordeelt dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden en bevestigt daarmee de uitspraak van de rechtbank. Het hogerberoepschrift bevat geen vragen die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming, waardoor nadere motivering achterwege blijft.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.