Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RVS:2025:3068

Raad van State

Datum uitspraak
8 juli 2025
Publicatiedatum
8 juli 2025
Zaaknummer
202502706/1/V1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 Vw 2000Art. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht bij afwijzing verblijfsdocument

Appellant heeft bij besluit van 19 september 2023 een aanvraag gedaan voor een document dat rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan bevestigt, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen. Het bezwaar tegen deze afwijzing werd op 24 mei 2024 ongegrond verklaard en de rechtbank verklaarde het daaropvolgende beroep op 15 april 2025 eveneens ongegrond.

Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De griffier wees appellant erop dat het griffierecht betaald moest worden voor behandeling van het hoger beroep, met een uiterste betaaldatum van 26 mei 2025, later verlengd tot 16 juni 2025. Appellant heeft het griffierecht niet voldaan en gaf geen redenen om het niet-betalen te rechtvaardigen.

Daarom verklaarde de Afdeling bestuursrechtspraak het hoger beroep niet-ontvankelijk. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer op 8 juli 2025.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.

Uitspraak

202502706/1/V1.
Datum uitspraak: 8 juli 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[appellant],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 15 april 2025 in zaak nr. 24/10356 in het geding tussen:
appellant
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluit van 19 september 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen.
Bij besluit van 24 mei 2024 heeft de staatssecretaris het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 15 april 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft appellant, naar gesteld vertegenwoordigd door M. Atmani, hoger beroep ingesteld.
Appellant is in de gelegenheid gesteld zich nader uit te laten.
Overwegingen
1.       De griffier heeft appellant er bij brief op gewezen dat zij voor het hoger beroep griffierecht moet betalen. Haar is daarbij verzocht het griffierecht uiterlijk op 26 mei 2025 te voldoen. Omdat appellant dit niet heeft gedaan, heeft de griffier haar bij aangetekende brief van 2 juni 2025 laten weten dat het griffierecht uiterlijk op 16 juni 2025 op de rekening van de Raad van State moet zijn bijgeschreven of contant moet zijn betaald. In die brief staat ook dat als het griffierecht niet op die datum is ontvangen, het hoger beroep alleen al daarom niet-ontvankelijk kan worden verklaard. Het griffierecht is niet binnen de termijn betaald. Appellant heeft geen redenen aangevoerd waarom het hoger beroep toch in behandeling moet worden genomen.
2.       Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. J.C.A. de Poorter, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. Q. Boon, griffier.
w.g. De Poorter
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Boon
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 8 juli 2025
977