ECLI:NL:RVS:2025:3073
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel na hoger beroep en voorlopige voorziening
Appellant heeft bij besluit van 6 maart 2025 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie is afgewezen. Hiertegen stelde appellant beroep in bij de rechtbank Den Haag, die bij uitspraak van 26 juni 2025 het beroep ongegrond verklaarde.
Appellant ging vervolgens in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter heeft het hoger beroep en het verzoek om voorlopige voorziening behandeld.
De Raad van State oordeelt dat het hoger beroep geen aanleiding geeft tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De motivering van de rechtbank wordt overgenomen, aangezien het hogerberoepschrift geen vragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming in algemene zin. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep en het verzoek om voorlopige voorziening worden afgewezen en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.